Vol 92 Nr 3 (2015)

Gepubliceerd: 2015-01-01

Artikel

  • Competitie als game-element integreren in de BSO-klaspraktijk

    S. Vandercruysse, S. Weijnen van , M. Vandewaetere, J. Elen

    De manier waarop games in de klas geïmplementeerd worden, is een belangrijk element in het onderzoek naar effectiviteit van games. Deze studie verkent één mogelijke manier, m.n. hoe je als leraar de competitie-component van een spel kan integreren en wat de invloed hiervan is op leerlingen hun motivatie, perceptie en prestatie. Er werd een quasi-experimentele studie opgezet met drie condities in de tweede graad van het Beroeps Secundair Onderwijs. In de eerste experimentele conditie speelden de leerlingen de game met als inzet extra punten voor het rapport wiskunde. In de tweede experimentele conditie kregen de leerlingen filmtickets ter beloning. In de derde controleconditie werd competitie niet beklemtoond. We vonden een hoofdeffect van conditie op intrinsieke motivatie. De experimentele condities ervaren significant minder plezier aan het spelen van het spel. Bovendien vonden we een interactie-effect tussen de condities en de pre-gamepercepties voor de posttestscore. Leerlingen die een spelomgeving als minder bruikbaar percipiëren, hebben meer baat bij het koppelen van de competitie aan een externe beloning gelinkt aan het curriculum. Leerlingen die de spelomgeving al als bruikbaar percipiëren, hebben daarentegen meer baat bij een externe beloning die niet gelinkt is aan het curriculum. De resultaten beklemtonen dus ook het belang van leerlingpercepties.

  • De didactiek van begrijpend lezen in het voortgezet onderwijs: lesobservaties bij Nederlands en zaakvakken

    T.R. Linthorst, K. Glopper de

    Descriptief onderzoek naar de leesdidactiek in het voortgezet onderwijs is schaars. Om meer zicht te krijgen op wat er in de praktijk en buiten onderzoekscontexten om in de lessen gebeurt, hebben we in een tijdsbestek van drie weken 51 lessen Nederlands en zaakvaklessen in leerjaar 1 en 3 geobserveerd volgens de predominant activity sampling procedure. Iedere les werd door twee personen geobserveerd aan de hand van een observatieformulier dat deels gebaseerd was op eerdere vergelijkbare onderzoeken in het primair onderwijs. De interbeoordelaarsovereenstemming bleek voldoende. De resultaten laten zien dat behandeling van teksten veelal klassikaal plaatsvindt. Bij het vak Nederlands richt de instructie zich met name op leesstrategieën, terwijl het bij zaakvakken hoofdzakelijk gaat om hulp bij woordbegrip. Modeling en (peer-) discussies worden nog niet frequent in lessen teruggevonden.

  • Opbrengstgericht werken in het primair onderwijs: een effectieve weg naar onderwijsverbetering?

    H. Blok, G. Ledoux, J. Roeleveld

    Verbeterde leeropbrengsten voor taal en rekenen staan hoog op de politieke agenda. Opbrengstgericht werken wordt in dit verband als een belangrijk middel gepropageerd. We besteden vanuit twee invalshoeken aandacht aan opbrengstgericht werken: a. wat valt er onder te verstaan, en b. is er evidentie dat opbrengstgericht werken tot verhoogde leeropbrengsten leidt? De gehanteerde onderzoeksmethoden zijn begripsanalyse en een quick scan van de onderzoeksliteratuur. We concluderen ten eerste dat er verschillende opvattingen bestaan over de betekenis van opbrengstgericht werken. Ten tweede, de effectiviteit van opbrengstgericht werken ten aanzien van verbeterde leeropbrengsten is blijkens het literatuuroverzicht aan twijfel onderhevig. Dat geldt zowel voor vormen waarbij het accent gelegd wordt op formatieve evaluatie, als voor summatieve evaluatievormen. In de discussie wordt gesteld dat het verstandig is om de verwachtingen over de effectiviteit van opbrengstgericht werken naar een realistischer niveau terug te brengen. Ook wordt gepleit voor kleinschalige experimenten naar de werkzaamheid van nauw te omschrijven vormen van opbrengstgericht werken.

  • Rousseau en Arendt in de iPad-klas, de oudere wortels van hedendaagse discussies over technologie op school

    P. Bruyckere , E. Struyf, D. Kavadias

    Hedendaagse discussies over technologie in onderwijs lijken aan de oppervlakte vaak eerder over iPads en andere tablets te gaan, maar verbergen een veel oudere discussie over wat onderwijs kan zijn. In deze discussiebijdrage beschrijven we eerst hoe de romantische visie van Rousseau waarin de natuurlijke ontwikkeling van het kind centraal staat de inspiratiebron lijkt voor een grote groep actuele onderwijsdenkers. Tegenstanders worden soms weggezet als zouden ze denken vanuit een conservatieve reflex, in een tweede deel beschrijven we hoe ook deze visie aan populariteit wint. Deze visie is dan weer vaak geïnspireerd op het werk van Hannah Arendt, waarbij de school en de leraar een meer centrale rol spelen. Zo verbergt een discussie over technologie zoals tablets in het onderwijs 5 dieperliggende tegenstellingen in het denken over onderwijs namelijk over het verschil tussen leren en onderwijzen, over de mate waarin het kind en zijn zelfstandigheid centraal moet staan, over de rol van de leerkracht, over de leeromgeving en over op welke manier onderwijs progressief moet zijn.