Vol 90 Nr 4 (2013)
Artikel
-
De keuze van afgestudeerden aan de lerarenopleiding om al dan niet in het lerarenberoep te stappen: een prospectieve studie
In tijden van terugkerende lerarentekorten kampt Vlaanderen met een aanzienlijk aantal afgestudeerden aan de lerarenopleidingen dat niet doorstroomt naar het lerarenberoep. Deze studie identificeert welke (lerarenopleidings) variabelen de twee groepen afgestudeerden (al dan niet lerarenberoep als eerste job) van elkaar onderscheiden. Uitgaande van de sociaal leren theorie van beroepskeuzeprocessen worden vijf categorieën voorspellende variabelen bestudeerd: persoonlijke kenmerken, initiële motivatie voor het lerarenberoep, lerarenopleiding, integratie in het lerarenberoep en externe invloeden. Om de voorspellende relatie tussen de (lerarenopleidings)variabelen en de beroepsinstap te onderzoeken werd een prospectief design met twee meetmomenten gehanteerd. Studenten (vervolgens afgestudeerden) (N = 217) van zes geïntegreerde lerarenopleidingen secundair onderwijs werden zowel voor als na het afstuderen bevraagd. Chi-kwadraat en t-testen geven aan dat afgestudeerden die al dan niet kozen voor het lerarenberoep significant van elkaar verschillen qua geslacht, initiële motivatie, ondersteuning door mentoren, voorbereiding op het lerarenberoep, doelmatigheidsbeleving, onderwijsopvattingen, studieresultaten en tewerkstellingsmogelijkheden. Logistische regressieanalyse toont aan dat intensieve ondersteuning door mentoren een positieve impact heeft op de keuze voor het lerarenberoep, zelfs wanneer de initiële motivatie om leraar te worden en de tewerkstellingsmogelijkheden in rekening worden genomen.
-
De relatie tussen persoonlijkheid, motivatie en het informeel werkplekleren van Vlaamse leerkrachten secundair onderwijs
In onderzoek naar het informeel werkplekleren van leerkrachten bleven individuele beïnvloedende factoren tot nu toe onderbelicht. Dit artikel vormt daarom een eerste verkenning van de relaties tussen persoonlijkheid, motivatie en het informeel werkplekleren van leerkrachten secundair onderwijs. Informeel werkplekleren is hierbij enerzijds geoperationaliseerd als participatie in leeractiviteiten op de werkplek (experimenteren, informele interactie met collega’s, zelfregulatie) en anderzijds als het vermijden van leren (vermijdingsgedrag). Er participeerden 95 Vlaamse leerkrachten secundair onderwijs in de bevraging. Uit de resultaten van de multivariate regressieanalyses blijkt dat consciëntieusheid, openheid en extraversie een matig tot groot positief effect hebben op informeel werkplekleren. Motivationele kenmerken beïnvloeden het informeel werkplekleren echter sterker dan persoonlijkheid. Deze studie ging daarnaast ook de mogelijk via motivatie gemedieerde effect van persoonlijkheid na. Mediatie-analyses wijzen uit dat zelfeffectiviteit de relatie tussen extraversie en experimenteren inderdaad medieert. Eerste resultaten wijzen er ook op dat leeroriëntatie mogelijk als mediator optreedt tussen openheid en informele interactie.
-
De betrouwbaarheid en discriminante validiteit van de Social Participation Questionnaire in het Vlaamse onderwijs
Er is een internationale tendens richting inclusief onderwijs merkbaar. Uit onderzoek blijkt echter dat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften vaker een geïsoleerde positie innemen dan hun klasgenoten zonder een beperking. Om de sociale positie van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op te volgen, werd in Nederland de Social Participation Questionnaire (SPQ) ontwikkeld. In dit onderzoek werd onderzocht of de SPQ een betrouwbaar en valide instrument is voor gebruik in het Vlaamse basisonderwijs en secundair onderwijs. In een eerste studie werd de betrouwbaarheid en de discriminante validiteit van de SPQ nagegaan voor 114 leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften en 114 leerlingen zonder specifieke onderwijsbehoeften in het basisonderwijs. In een tweede studie werd de betrouwbaarheid van de SPQ nagegaan voor 108 leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het secundair onderwijs. In het basisonderwijs werden zowel de totale SPQ als de vier subschalen voldoende betrouwbaar gevonden. Er werd eveneens evidentie gevonden voor de discriminante validiteit van de SPQ. In het secundair onderwijs bleken de totale SPQ en de vier subschalen intern consistent en was de test-hertestbetrouwbaarheid goed, maar was de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid voor enkele subschalen te laag. Verder onderzoek wat betreft de constructvaliditeit en de oorzaken van de minder goede interbeoordelaarsbetrouwbaarheid in het secundair onderwijs wordt aangeraden.
-
Evaluatie van de sociale dimensie van inclusief onderwijs: de ontwikkeling van een signaleringsinstrument voor leerkrachten om de sociale participatie van leerlingen met beperkingen in kaart te brengen
Dit onderzoek is gericht op de constructie van de Vragenlijst Sociale Participatie (VSP), waarmee leerkrachten de sociale participatie van leerlingen met beperkingen in groep 3, 4 en 5 van het regulier basisonderwijs kunnen beoordelen. De VSP bestaat uit vier subschalen, gerelateerd aan vier hoofdthema’s van sociale participatie: “vriendschappen”, “contacten/interacties”, “sociale zelfperceptie van de leerling” en “acceptatie door klasgenoten”. Uit een Mokken Schaalanalyse blijkt dat de subschalen gematigd sterk tot sterk zijn. Het Dubbele Monotonie-Model is van toepassing op iedere subschaal. Dat impliceert dat de subschaalscores op een ordinale schaal liggen en de items invariant geordend zijn. Bovendien is de VSP betrouwbaar en zijn er sterke aanwijzingen voor de discriminante validiteit. Tevens komen uit een confirmatieve factoranalyse met behulp van LISREL aanwijzingen voor de convergente validiteit van de VSP naar voren. De fitmaten tonen dat het model van sociale participatie theoretisch standhoudt voor groep 3 en 4 en gedeeltelijk voor groep 5.