Vol 87 Nr 1 (2010)
Artikel
-
Leren problemen oplossen met animaties
Het observeren van animated models kan een effectieve instructiemethode zijn voor het leren oplossen van abstracte problemen. Inanimated models geeft een pedagogische agent uitleg bij een animatie waarin een probleem wordt opgelost. In drie experimenten met 4-vwo-leerlingen is onderzocht hoe zulke animated models voor het onderdeel kansberekening geoptimaliseerd kunnen worden. De resultaten van deze onderzoeken geven aan dat geschreven uitleg bij animated models effectief kan zijn. Belangrijk is dat de leerling in staat gesteld wordt de karakteristieken van geschreven uitleg volledig te benutten. Dat kan door leerlingen controle te geven over het tempo van ongesegmenteerde animated models en door het stimuleren van reflectie. Verder blijkt uit de resultaten dat het effect van ontwerprichtlijnen afhankelijk is van de mate van overeenstemming tussen de controle die leerlingen verwachten en de controle die ze daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Zowel de theoretische als de praktische implicaties van de bevindingen worden besproken.
-
Hypermedialeren: de invloed van instructieontwerp, leerlingkenmerken en ondersteuning
Hypermedialeeromgevingen worden gekenmerkt door een hoge mate van leerlingcontrole. Aan de ene kant kan deze leerlingcontrole zorgen voor meer interesse en motivatie bij de leerlingen, wordt het makkelijker om adaptieve instructie te geven, en kan het de mogelijkheid geven om informatie actief en constructief te verwerken door de leerling de keus te geven om verschillende inhouden en verschillende representaties in verschillende volgordes te bekijken. Aan de andere kant kunnen leerlingen gemakkelijk overdonderd worden en gedesoriënteerd raken door de vele keuzes die ze hebben. Dit artikel geeft een overzicht van vier studies die deinvloed onderzochten van instructieontwerp en individuele leerlingkenmerken op deze trade-off tussen voor- en nadelen van hypermedialeren. Een uitgebreide versie van de cognitievebelastingstheorie die aangepast is aan de specifieke kenmerken van leerlinggecontroleerde instructie heeft als raamwerk gediend om de studies uit te voeren. De studies laten het volgende zien: 1) instructieontwerpprincipes die afgeleid zijn van multimedialeertheorieën zijn niet zo-maar geschikt voor het ontwerp van hypermedia-omgevingen, 2) een hoge mate van leerlingcontrole in vergelijking met een lage mate leidt slechts mondjesmaat tot betere leerprestatiesmet langere leertijden tot gevolg, 3) individuele leerlingkenmerken zoals epistemologische opvattingen en attitudes ten aanzien van het domein, hebben invloed op het wel of niet baat hebben bij hypermedialeren, en 4) ondersteuning kan zelfs nadelig zijn als het leerlingen overweldigt of wanneer het interfereert met reeds bestaande (metacognitieve) vaardigheden.
-
Steunvragen voor zelfverklaringen bevorderen de integratie van multipele representaties
Als lerenden de informatie in multipele representaties moeten integreren zijn volgens Royen Chi (2005) zelfverklaringen bijzonder geschikt om conceptueel begrip te bevorderen. Maar volgens de cognitievebelastingstheorie kan het genereren van zelfverklaringen bij het leren van complex materiaal ook tot overbelasting van het werkgeheugen leiden (Sweller,2006). Dit roept de vraag op of zelfverklaringen het leren van complexe materialen met multipele representaties kunnen vergemakkelijken. De bevindingen uit drie experimenten waarbij de deelnemers uitgewerkte voorbeelden in de kansrekening bestudeerden, tonen aan dat gevraagde zelfverklaringen bij complexe materialen met multipele representaties inderdaad tot cognitieve overbelasting leiden. De positieve effecten van zelfverklaringenkunnen echter hersteld worden door ondersteunende instructieve maatregelen te nemen, zoals a) met kleurcodes aan elkaar relateren van bij elkaar horende delen uit verschillende representaties (oppervlakte niveau),en b) met steunvragen uitlokken van zelfverklaringen die lerenden helpen om bij elkaar horende delen uit verschillende representaties te integreren (structureel niveau).
-
Leren met multipele representaties in computer-gebaseerde leeromgevingen
Multimediale toepassingen hebben de mogelijkheden om leermateriaal aan te bieden vergroot ten opzichte van de meer traditionele presentatievormen als lezingen en schriftelijk materiaal. In computerondersteunde multimediale toepassingen kunnen verschillende representaties (visuele representaties zoals tekst, grafieken, formules, diagrammen, animaties, etc., en auditieve representaties) op een dynamische en geïntegreerde wijze worden aangeboden. Meer nog dan in schriftelijk materiaal komt dan de vraag naar voren wat de meest geschikte representaties of combinaties van representaties zijn. Deze vraag stond centraal in een door de Programmaraad Onderwijsonderzoek van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO/PROO) en de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG) ondersteund aandachtsgebied waarover in dit themanummer verslag wordt gedaan.