Vol 87 Nr 4 (2010)
Artikel
-
“Stel een andere vraag en je krijgt een ander antwoord”
In een terugblik op de bijdragen aan dit themanummer, behandelen de auteurs drie centrale kwesties in discussie over leraren-als-onderzoekers. Ten eerste argumenteren ze voor een precies en zorgvuldig gebruik van de term ‘onderzoek’ om te vermijden dat de term uitgehold raakt of gereduceerd tot reflectie dan wel probleemoplossend handelen. Onderzoek dient volgens hen altijd te gaan over een vorm van systematisch en intentioneel handelen om, vertrekkende van een zo goed mogelijk gearticuleerde vraagstelling en door middel van passende methoden, gegevens te verzamelen over concrete praktijken die resulteren in een beter inzicht in die specifieke praktijk en dit alles zodanig te rapporteren dat hun relevantie de lokale onderzoekscontext overstijgt. Ten tweede plaatsen ze kritisch vraagtekens bij het effectiviteitsdenken (‘wat werkt’) dat steeds meer en steeds meer exclusief domineert in de onderwijskundige onderzoeksagenda’s en ook in het onderzoek door leraren andere relevante onderzoeksvragen feitelijk onmogelijk lijkt te maken. Zij argumenteren dat onderzoek dat zich richt op inzicht en begrijpen, vertrekkend van oprechte interesse en nieuwsgierigheid over onderwijsfenomenen, even legitiem is als studies gericht op het aanleveren van feedback over de effectiviteit of het rendement van concrete didactische strategieën. Ten slotte ontwikkelen de auteurs een perspectief op zorgvuldige samenwerkingsverbanden tussen leraren(opleiders) en geschoolde onderzoekers als antwoord op de geringe technisch-methodologische expertise van leraren inzake het doen van onderzoek. Ze doen dit aan de hand van de noties complementaire competentie en professionele leergemeenschappen.
-
(Leren) onderzoeken door docenten in het voortgezet onderwijs
Dit artikel beschrijft de resultaten van een eerste empirische verkenning naar drie Nederlandse projecten waarin docenten in het voortgezet onderwijs onderzoek (leren) doen in hun eigen praktijk in samenwerking met een instituut voor wetenschappelijk onderzoek. Op dit moment zijn er van dergelijke projecten in het Nederlandse onderwijs gaande, passend bij de trend om kennis over onderwijs meer in samenwerking tussen docenten, scholen en instituten voor onderwijskundig onderzoek te ontwikkelen. Dit artikel is bedoeld als een pas op de plaats en laat zien welke resultaten de gekozen projecten opleveren voor de betrokken docenten en scholen, en hoe deze resultaten samenhangen met organisatiekenmerken van de projecten. In totaal zijn 48 docenten en 17 managers van 11 scholen bevraagd op hun perceptie van de opbrengsten. Bij de analyse van de interviews is gebruik gemaakt van de criteria voor practitioner research (Anderson en Herr, 1999) waarin vijf typen van validiteit worden onderscheiden die een indicatie geven van de kwaliteit van het onderzoek door docenten. De projecten leveren vooral resultaten op voor individuele docenten zoals ontwikkeling van kennis en vaardigheden met betrekking tot onderzoek doen, een meer kritische houding, en bewustwording van en (intentie tot) verandering in handelen in de klas. In veel mindere mate werden resultaten op schoolniveau gerapporteerd. Er is geen samenhang gevonden tussen de organisatiekenmerken en de resultaten op docentniveau, wel met resultaten op schoolniveau. Willen dergelijke projecten ook leiden tot een gezamenlijke ontwikkeling van wetenschappelijke kennis, zal meer geïnvesteerd moeten worden in disseminatie van kennis, en in het bewaken van de kwaliteit van het onderzoek.
-
Onderzoeksgerelateerde activiteiten in het dagelijkse werk van leraren
In dit artikel staan de onderzoeksgerelateerde activiteiten die leraren in basisscholen uitvoeren in hun dagelijkse werk centraal. Daarnaast is gekeken naar hoe de school dit soort activiteiten ondersteunt of belemmert. De onderzoeksgerelateerde activiteiten zijn geoperationaliseerd op basis van de regulatieve cyclus van Van Strien en kenmerken van systematische reflectie. Data is verzameld met een vragenlijst onder leraren (n = 220) en een vergelijkende casestudy in twee scholen. De resultaten laten zien dat leraren in hun eigen waarneming veel onderzoeksgerelateerde activiteiten uitvoeren. Er zijn echter aanzienlijke verschillen per school. De verkennende analyse van twee scholen laat zien dat een doelgericht en gezamenlijk uitgevoerd schoolbeleid met aandacht voor planmatig en evidence-based werken ondersteunend lijkt te zijn voor de onderzoeksgerelateerde activiteiten van leraren.
-
Een onderzoekende lerarenopleider worden
Internationale ervaringen laten zien dat onderzoek door lerarenopleiders naar hun eigen praktijk (zelfstudieonderzoek of self-study research) productief is, zowel voor de lerarenopleiders zelf als voor het ‘van onderop’ ontwikkelen van kennis over opleiden. Dit artikel is een verslag van een onderzoek naar de resultaten van het project ”Lerarenopleiders onderzoeken hun eigen praktijk”. In dit project hebben negen lerarenopleiders een onderzoek uitgevoerd in hun eigen opleidingspraktijk. In dit artikel staat de vraag centraal wat dat heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van scholarship en professionele identiteit van de deelnemende lerarenopleiders. Databronnen voor het onderzoek waren digitale logboeken, exitinterviews en follow-up vragenlijsten. De resultaten van het onderzoek naar dit project laten zien dat de participanten groeien als scholars. Bovendien draagt zelfstudieonderzoek doen bij aan de wijze waarop zij hun professionele identiteit ervaren. Zo is er meer vertrouwdheid met theorie en wisselen ze makkelijker van perspectief.
-
Praktijkgericht onderzoek: goed voor de onderwijskundige, de school, de docent en de leerling?
In deze discussiebijdrage worden de drie artikelen uit dit themanummer kritisch beschouwd vanuit drie invalshoeken waarbij de vraag centraal staat: welke aanknopingspunten voor verder onderzoek leveren de artikelen in dit themanummer op? Vanuit de invalshoek van methodologie van praktijkgericht onderzoek komt naar voren dat het evalueren van praktijkgericht onderzoek vanuit de onderliggende validiteitvraagstukken werkbaar blijkt, hoewel in vervolgonderzoek dieper op de vraag naar de haalbaarheid van validiteit op alle aspecten in zal moeten worden gegaan. Een spannend en relevant dilemma daarbij is de vraag of en hoe men de eigen interventie kan onderzoeken. Vanuit de invalshoek van professionaliteit van docenten duidt het themanummer de relevantie van vervolgonderzoek naar vorm en inhoud van academisering en de consequenties daarvan voor onderwijsgevenden. Vanuit de invalshoek van de school als professionele leergemeenschap legt het themanummer de weg bloot voor meer onderzoek naar de betekenis van praktijkgericht onderzoek op scholen voor schoolontwikkeling. In aanvulling op het vernieuwende karakter van de artikelen in dit themanummer wordt tot slot bediscussieerd dat doorvertaling van de opbrengsten van praktijkonderzoek naar de interactie met leerlingen aandacht vraagt, alsmede de rol van de (onderwijs)wetenschapper in professionele gemeenschappen.