Vol 87 Nr 6 (2010)

Gepubliceerd: 2010-01-01

Artikel

  • Boekbespreking: Explorations in learning and the brain: On the potential of cognitive neuroscience for educational science

    J. Beishuizen

    Een rapport over de mogelijke waarde van neurowetenschappen voor onderzoek van onderwijs roept de vraag op hoe het ook weer zat met de relatie tussen cognitieve psychologie en biologie. De vraag is niet nieuw maar soms lijkt het alsof de antwoorden, die al in de vorige eeuw zijn gegeven, bij hedendaagse onderzoekers onbekend zijn.

  • Socio-emotionele geïntegreerde leerlingenbegeleiding op school: de constructvaliditeit en betrouwbaarheid van de SEG-vragenlijst

    K. Jacobs, E. Struyf

    De doelstelling van elke onderwijsinstelling zou moeten zijn het stimuleren van de totale ontwikkeling van elk individu. Dit betekent niet alleen de verrijking van de intellectuele of cognitieve ontwikkeling, maar ook het verrijken van de persoonlijk, sociale en emotionele ontwikkeling, wat een geïntegreerde socioemotionele begeleiding van leerlingen op school noodzakelijk maakt. In deze studie wordt de constructvaliditeit en de betrouwbaarheid onderzocht van een instrument om een dergelijke geïntegreerde socio-emotionele leerlingenbegeleiding te meten. Op basis van een factoranalyse – zowel exploratief, confirmatorisch, alsook meerniveau – op de gegevens van 1418 leerkrachten uit de eerste graad van het secundair onderwijs, werd de contructvaliditeit van de Socio-Emotionele Geïntegreerde leerlingenbegeleiding vragenlijst (SEG) nagegaan. Dit leverde een betrouwbaar en valide instrument op bestaande uit 3 delen, 12 schalen en 57 items. De vragenlijst kan gebruikt worden om de geïntegreerde socio-emotionele begeleiding in een school te evalueren, in kaart te brengen, of om een dialoog tussen verschillende partners op school te stimuleren. De beschrijving van het onderliggende theoretische kader, de beschrijving van de SEG-vragenlijst alsook de resultaten van de factoranalyse worden beschreven.

  • Empirisch gefundeerde theorie voor literaire ontwikkeling en didactische differentiatie in de Tweede Fase

    T.C.H. Witte, G.C.W. Rijlaarsdam, D.H. Schram

    Eerder stelden we vast dat er weinig theoretische kennis is over literaire ontwikkeling in de Tweede Fase en het literatuuronderwijs geen goed doordachte, gestructureerde opbouw kent (Witte, 1999/2000). Docenten ondervinden veel problemen met differentiatie en het vaststellen van het niveau en vooruitgang bij hun leerlingen. Deze problemen wijzen erop dat het literatuuronderwijs behoort tot de ill-structured domains (Spiro, Feltovich, Jacobson, en Coulson, 1991). Dit artikel gaat over de totstandkoming van een didactisch instrumentarium dat is ontleend aan de pedagogical content knowledge (Shulman, 1986) van docenten. Met vragenlijsten en paneldiscussies zijn data verzameld over de leesniveaus van hun leerlingen en de indicaties van die leesniveaus. De analyse leidde tot elf dimensies waarmee zes opeenvolgende niveaus van literaire competentie zijn beschreven die in de Tweede Fase kunnen voorkomen. Aan die zes niveaus zijn literaire werken (wat kunnen leerlingen lezen) en type opdrachten (wat kunnen leerlingen met die teksten doen) gekoppeld. Via deze twee invalshoeken kan de literaire ontwikkeling van leerlingen in de Tweede Fase in kaart worden gebracht. De zes competentieniveaus corresponderen met niveaus uit ontwikkelingspsychologische modellen. Dit betekent dat het instrument zowel door praktijktheorie van docenten als ontwikkelingstheorie wordt ondersteund.

  • Naar praktische ontwerpondersteuning voor docenten

    F.J.J.M. Janssen, J.H. Driel van , N. Verloop

    De cruciale rol van docenten bij het implementeren van onderwijsvernieuwingen wordt al lang onderkend. De docent wordt daarbij niet alleen als uitvoerder maar ook als ontwerper van onderwijs beschouwd. Voor het ontwerpen van lessen hebben docenten echter veel minder tijd en middelen ter beschikking dan professionele ontwerpers. In dit artikel wordt daarom een pleidooi gehouden voor de ontwikkeling van praktische ontwerpondersteuning die enerzijds aansluit bij de onderwijsvernieuwing en anderzijds rekening houdt met beperkte tijd en omstandigheden waarin een docent lessen moet ontwerpen. We presenteren een theoretisch kader en een werkwijze voor het ontwikkelen van dergelijke ontwerpondersteuning. Volgens deze werkwijze hebben we ook ondersteuning voor biologiedocenten ontwikkeld en beproefd voor het ontwerpen van lessen waarin leerlingen kennis ontwikkelen over biologische systemen door deze te herontwerpen (ontwerpend leren). Resultaten van het onderzoek laten zien dat de meeste deelnemende docenten met behulp van aangeboden ontwerpondersteuning in staat en bereid zijn lessen te ontwerpen volgens principes van ontwerpend leren.