Vol 86 Nr 1 (2009)
Artikel
-
Schoolsucces van Friese vmbo-leerlingen: verschillen in onderwijspositie, schoolloopbaanrendement en examencijfers tussen leerlingen in Friesland en de rest van Nederland
De hoofdvraag van dit artikel is of het schoolsucces in het voortgezet onderwijs verschilt tussen leerlingen in Friesland en de rest van Nederland en of dit verklaard kan worden door prestatieverschillen en/of door andere leerlingkenmerken. Op basis van het databestand VOCL'99 en met behulp van meerniveau-analyse zijn de onderwijspositie, het rendement en de examencijfers onderzocht van 5.301 leerlingen met ten hoogste een vmbo-advies. Zij zijn gedurende vijf jaren gevolgd en van hun is achtergrondinformatie over sociaaleconomische status, sekse, etniciteit, prestatiemotivatie, streefniveau van ouders en thuistaal verzameld. Uit de analyses blijkt dat de onderwijspositie van Friese leerlingen lager is en dat dit verklaard kan worden door de lagere aanvangsprestaties. Er zijn geen rendementsverschillen gevonden, dus het prestatieverschil bij aanvang is gelijk gebleven. Het gemiddelde examencijfer is in Friesland hoger, wat deels verklaard wordt door de verhoogde afstroom in Friesland. De tweede onderzoeksvraag is of meertaligheid van leerlingen prestatieverhogend werkt, maar overtuigend bewijs hiervoor is niet gevonden.
-
De weg naar transfer: een concept– en contextbenadering voor het vak economie in het voortgezet onderwijs
In deze studie onderzochten we effecten van twee instructievormen: een instructie op het versterken van concepten en een instructie op het versterken van het leggen van verbindingen tussen context en concept. Hoewel leerlingen over conceptuele kennis beschikken als gevolg van lessen economie, kunnen er twee belemmeringen zijn voor leerlingen om tot transfer te komen. Eén mogelijke belemmering is een te weinig ontwikkeld en geordend conceptueel netwerk. Een tweede mogelijke belemmering is het feit dat leerlingen nauwelijks in staat zijn verbindingen te leggen tussen concepten en praktijkproblemen. Beide belemmeringen kunnen resulteren in een lage transfer. Aan dit experiment namen 139 leerlingen uit klas 5 vwo deel. Alle leerlingen scoorden significant beter op de natoets, waarin conceptuele kennis werd gemeten, in vergelijking met de voortoets. Er waren geen significante verschillen tussen de twee instructievormen op de transfernatoetsen. Geconcludeerd wordt dat het leggen van verbindingen tussen praktijksituaties en concepten niet gemakkelijk geleerd wordt door leerlingen. Contextgericht onderwijs draagt echter wél bij aan hun kennis van concepten.
-
Welke overheid voor welk onderwijs? Een kritische studie van Vlaamse beleidsdocumenten
Reeds geruime tijd is er in de onderwijsbeleidsliteratuur sprake van een veranderde relatie tussen overheid en onderwijsveld, die vaak wordt geduid als de overgang van een welvaartsstaat naar een voortgezet liberale vorm van beleid voeren. Hierbij worden een bepaald type overheid en een bepaald type onderwijsveld verondersteld. Aan de hand van een kritische analyse van diverse officiële beleidsdocumenten van de Vlaamse (onderwijs)overheid, gaan we na welk type overheid en type onderwijsveld vandaag in de Vlaamse beleidsteksten verschijnen. Dit blijkt een terugtredende en faciliterende overheid te zijn met het onderwijsveld als ‘klant’ van de overheid en een belangrijke rol voor informatie en communicatie tussen overheid en onderwijsveld. We typeren de relatie tussen de huidige overheid en het onderwijsveld in Vlaanderen als een ‘coachingsrelatie’.