Vol 86 Nr 2 (2009)
Artikel
-
Discussie: Narrativiteit in leerprocessen
De cultuurhistorische theorie, voorkomend uit het werk van Vygotskij, heeft in Nederland sinds het werk van Van Parreren en Carpay in de jaren 70 tot op de dag van vandaag een productieve ontwikkeling doorgemaakt. Een daarvan wordt zichtbaar in recente uitkomsten van de bestudering van de rol van het taalgebruik in leerprocessen, met name wanneer persoonlijk betekenisvol inzichtelijk leren bij leerlingen op school wordt beoogd. Vanuit een verzet tegen het beschikbaarheidsdenken analyseert het artikel de rol van de taal in de betekenisconstructie, voortbouwend op Vygotskij’s denktheorie. Het artikel beargumenteert met name de stelling dat betekenisvolle leeropbrengsten zichtbaar zijn in de mate waarin leerlingen die opbrengsten in hun eigen taal kunnen uitdrukken. Het leerproces dat daaraan ten grondslag ligt, is gebaseerd op opbouw van topic-predikaatstructuren.
-
De beroepsbeleving van beginnende leerkrachten in concentratiescholen
In de media en de wetenschappelijke literatuur worden concentratiescholen vaak voorgesteld als problematische werkomgevingen voor leerkrachten. Dit artikel handelt over een kwalitatief-interpretatief onderzoek (single case study) naar de impact van de cultureel diverse leerlingenpopulatie (als kenmerk van concentratiescholen) op de beroepsbeleving van beginnende leerkrachten in één secundaire concentratieschool. Hiertoe werden semi-gestructureerde interviews afgenomen bij zes beginnende leerkrachten en twee mentoren. Alle interviews werden getranscribeerd, gecodeerd en interpretatief geanalyseerd op individueel en schoolniveau. Hoewel de culturele diversiteit aanleiding kan geven tot problemen (bijvoorbeeld problemen met klasmanagement en een bijkomende taakbelasting als gevolg van taalachterstanden bij de leerlingen), beschouwen de beginnende leerkrachten de culturele diversiteit op zichzelf niet steeds als problematisch. Mediërende factoren binnen de schoolorganisatie (de structurele en culturele werkcondities) en het persoonlijke interpretatiekader van de leerkrachten blijken cruciaal voor de uiteindelijke impact van de multiculturaliteit op de beroepsbeleving van leerkrachten. De maatschappelijke idee dat een multiculturele schoolpopulatie de beroepsintrede van leerkrachten per definitie bemoeilijkt, dient aldus genuanceerd te worden.
-
Leeromgeving voor loopbaanleren. Onderzoek naar relaties tussen de leeromgeving en loopbaancompetenties van vmbo en mbo leerlingen.
Dit artikel gaat in op de vraag welke aspecten van een leeromgeving, gericht op de loopbaanontwikkeling van leerlingen, samenhangen met de aanwezigheid van loopbaancompetenties bij leerlingen in het vmbo en mbo. De leeromgeving is in kaart gebracht op een aantal aspecten, namelijk LOB(loopbaanoriëntatie en -begeleiding)-methoden die worden gehanteerd, LOB-instrumenten die zijn ingezet en de mate waarin de programmaorganisatie en de begeleiding loopbaangericht is vormgegeven. In het onderzoek worden drie loopbaancompetenties onderscheiden; loopbaanreflectie (reflectief gedrag), loopbaanvorming (pro-actief gedrag) en netwerken (interactief gedrag). Een kwantitatief onderzoek onder 3.499 leerlingen en 166 docenten in 226 groepen van 34 scholen heeft plaatsgevonden om de relaties tussen de leeromgevingsaspecten en loopbaancompetenties te onderzoeken. De resultaten laten zien dat vooral een loopbaangerichte begeleiding op school en in de praktijk, waarin een dialoog met de leerling plaatsvindt over concrete ervaringen en die gericht is op de toekomst, bijdraagt aan het aanwezig zijn van loopbaancompetenties bij leerlingen. Zonder dialoog dragen het gebruik van methoden en instrumenten en het vraaggericht vormgeven van het onderwijs nauwelijks bij aan de aanwezigheid van loopbaancompetenties.
-
Wat doet een Opleider in de school? Een theoretische en empirische verkenning
In dit artikel beschrijven we de wijze waarop vier schoolopleiders invulling geven aan hun rol als opleider van docenten in opleiding. Deze studenten leren door te participeren in de leerwerkgemeenschap van de school waarbij zij worden gesteund door de schoolopleider. Op basis van theoretische noties, afkomstig uit het opleiden van leraren en het opleiden en leren op de werkplek is het Cognitive Apprenticeship Model nader gespecificeerd. In een casestudie is vervolgens het handelen van vier schoolopleiders beschreven met behulp van dit model. De schoolopleiders gebruiken de hulpmiddelen (zoals leerwerktaken) die zijn ontwikkeld op het opleidingsinstituut en ze zetten hun eigen praktijkkennis als ervaren docent in. Dit leidt wel tot bruikbare tips voor de docenten-in-opleiding (dio’s), maar nauwelijks tot het interpreteren en het uitbreiden van de ervaringen van de dio’s in het licht van concepten en modellen. Van de mogelijkheden die de sociale context van de school biedt, wordt niet structureel gebruik gemaakt.
-
Leerstrategieën meten. Soorten meetmethoden en hun bruikbaarheid in onderwijs en onderzoeK.
Zowel in de onderwijspraktijk als in het onderwijsonderzoek worden allerlei soorten methoden gebruikt om de leerstrategieën van lerenden vast te leggen. Deze kunnen grofweg worden ingedeeld in methoden die de leerstrategieën los van de leertaak meten (offline-methoden, zoals leerstrategievragenlijsten) en methoden die dat tijdens de uitvoering van de leertaak doen (online-methoden, zoals de hardopdenkmethode). Dit artikel beschrijft wat verstaan wordt onder leerstrategieën en waarom we die zouden willen meten. Vervolgens wordt informatie gegeven over verschillende soorten methoden voor de meting van leerstrategieën. Hierbij wordt aandacht besteed aan de vraag in hoeverre we met deze meetmethoden een helder en accuraat beeld kunnen krijgen van de leerstrategieën van lerenden. Ook gaat het artikel in op vergelijkend methode-onderzoek. Er worden verscheidene verklaringen gegeven voor de vaak lage correlaties tussen meetresultaten van offline- en online-methoden. Verder wordt ingegaan op methodologische en praktische overwegingen bij het kiezen van een geschikte meetmethode. Afsluitend wordt een aantal vragen gepresenteerd die men zou kunnen stellen alvorens een keuze te maken uit de verschillende meetmethoden. Benadrukt wordt dat men zich vooral moet afvragen welke leerstrategieën men wil meten en met welk doel.