Vol 86 Nr 6 (2009)

Gepubliceerd: 2009-01-01

Artikel

  • Zoeken naar samenhang. De rol van ‘betekenisafstemming’ in de interactie tussen docent en vernieuwing

    J. Luttenberg, J. Imants, K. Veen van , T. Carpay

    De manier waarop docenten met vernieuwing omgaan wordt vaak begrepen in termen van meewerken en weerstand bieden. In dit artikel wordt een andere benadering verkend. De studie richt zich op de interactie tussen docenten en vernieuwingen binnen de school. Doel is meer inzicht te krijgen inde manier waarop docenten hun eigen referentiekaders afstemmen op die van vernieuwingen. Op basis van literatuur worden vier vormen van afstemming onderscheiden: assimileren, accommoderen, tolereren en distantiëren. Aan de hand van vernieuwingsgeschiedenissen van vier docenten wordt getoond hoe de onderscheiden vormen van afstemming zich voordoen en welke rol deze spelen. De resultaten laten zien dat docenten de verschillende vormen van afstemming naast elkaar gebruiken om tot een werkbare aanpassing te komen tussen hun eigen referentiekader en referentiekaders waar zij in het proces van vernieuwingen mee te maken krijgen. De functie van deze afstemming is om in hun werk de balans tussencontinuïteit en verandering in stand te houden, en evenwicht te bewaren tussen de druk tot vernieuwing en de professionele autonomie

  • Discrepanties tussen schoolexamen- en centraal examencijfers bij allochtone leerlingen.Omvang en verklaringen

    L. Rekers-Mombarg , G. Harms , M. Werf der van

    Uit eerder onderzoek is bekend dat de cijfersop het centraal examen voortgezet onderwijs(vo) gemiddeld lager zijn dan de schoolexamencijfers en dat dit voor allochtone leerlingen in sterkere mate geldt. In dit onderzoek worden individuele examencijfers geanalyseerd van 15.153 leerlingen in het Voortgezet Onderwijs Cohort Leerlingen 1999 onderzoeken landelijke eindexamencijfers 2006 van vwo-leerlingen. De resultaten van deze analyses bevestigen beide constateringen. De extra discrepantie tussen de beide examencijfers bij allochtone leerlingen varieert per onderwijstype, per vakkencluster en per etnische subgroep en loopt op tot bijna 1 (cijfer)punt. Voorts blijkt uit meerniveau-analyses dat de discrepantie tussen beide examencijfers samengaat met minder goede objectieve leerprestaties en meer ijver bij leerlingen in de onderbouw van het vo. De onderzoeksresultaten ondersteunen de hypothese dat de extra discrepantie bij allochtone leerlingen deels berust op overwaardering van hun prestaties in het vo, inclusief het schoolexamen. De aard van het schoolexamen (geringere leerstofomvang, herkansingen en meer subjectieve beoordelingen) draagt waarschijnlijk bij aan die overwaardering.

  • 20 Jaar Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek: Een retrospectief

    J. Merriënboer van , I. Wopereis, R. Bosker, B. Creemers, T. Jong de , J. Scheerens, P. Simons

    Het Interuniversitair Centrum voor Onderwijsonderzoek (ICO) bestaat meer dan 20 jaar. Dit artikel blikt terug op de ontwikkeling van de school en onderzoekt of de doelstellingen bereikt zijn: 1) het bevorderen van de kwaliteit van het wetenschappelijk onderwijs voor promovendi; 2) het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijskundige onderzoek, en 3)het bevorderen van samenwerking. Vervolgens wordt de groei en bloei van ICO besproken aan de hand van een onderzoek, waarbij voor elk van de drie doelen is nagegaan hoe ICO zich over een periode van twee decenniaontwikkeld heeft. Ook wordt stilgestaan bij de korte periode (2004-2005) dat ICO niet erkend werd door de KNAW. De terugblik eindigt met de bespreking van toekomstgerichte ontwikkelingen binnen ICO. De belangrijkste conclusie is dat ICO zijn doelen bereikt heeft. In de toekomst zal internationale samenwerking belangrijker worden en het accent minder op kwaliteitsbewaking van onderzoek en meer op het verzorgen van hoogwaardig onderwijs voor promovendi komen te liggen.

  • Een dynamische test voor cognitieve vaardigheden van anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs in Vlaanderen

    E. Gaer , K. Verschueren, E. Buyse, V. Germeijs, W. Magez

    In een steekproef van 462 leerlingen uit de Onthaalklas Anderstalige Nieuwkomers (OKAN)werden de psychometrische eigenschappen van de Covaar-II, een cognitieve-vaardigheden-test, geëvalueerd. Deze evaluatie gebeurde zowel voor de oorspronkelijke versie met uitgebreide oefenfase als voor een versie met beperkte oefenfase. Het gebruik van een oefen-fase is kenmerkend voor de Dynamische Test-beweging, waar de Covaar-II bij aanleunt. De uitgebreidheid van de oefenfase bleek geen effect te hebben op de Covaar-II-scores. Ook betrouwbaarheid en validiteit waren in beide afnamecondities vergelijkbaar en goed. Beide versies van de test kunnen bij deze doelgroep dus worden afgenomen en de keuze zal afhangen van andere dan psychometrische overwegingen