Vol 84 Nr 4 (2007)
Artikel
-
Determinanten van burgerschapsvorming bij jongeren: Een internationaal vergelijkend onderzoek naar kiesintenties bij 14-jarigen
In dit artikel gaan we na welk effect burgerschapsvorming via de school heeft op de bereidheid deel te nemen aan verkiezingen. De analyse is gebaseerd op het IEA-onderzoek over burgerschapsvorming (met 88.992 14- jarige respondenten in 27 landen). Door het gebruik van multilevelmodellen kunnen we een onderscheid maken tussen effecten op individueel niveau, school- en landenniveau. Op individueel niveau worden de hypotheses bevestigd over de effecten van gender, socioeconomische status, burgerschapsvorming, het algemene participatieklimaat in de school en de aanwezigheid van een open klasklimaat en de socio-economische status van de leerling. Op schoolniveau tonen de analyses geen significante effecten aan van bijkomende inspanningen op het vlak van burgerschapsvorming. Op landenniveau waren verschillende variabelen die wel een effect hebben op de verkiezingsopkomst bij volwassenen niet significant gerelateerd aan de toekomstige stembereidheid bij jongeren. Onze conclusie is dan ook dat zowel burgerschapsvorming als het schoolklimaat een effect hebben op de kiesintentie van jongeren; de vorm waarin burgerschapsvorming wordt gegeven vertoont geen significant verband met de bereidheid te gaan stemmen.
-
Een vergelijking van de perspectieven van docenten in het voortgezet en wetenschappelijk onderwijs op onderwijzen en leren in de context van onderwijsvernieuwingen
In dit onderzoek hebben wij de overeenkomsten en verschillen tussen perspectieven van docenten op leren en onderwijzen onderzocht in de context van vernieuwingen in het voortgezet onderwijs. Een grootschalig vragenlijstonderzoek werd uitgevoerd onder 675 docenten uit vwo en w.o.. De uitkomsten van het onderzoek lieten drie perspectieven zien die gekarakteriseerd werden als 1) ontwikkelingsgericht en gedeelde sturing, 2) kennis - gericht en sterke sturing en 3) menings - vorminggericht en losse sturing. Docenten uit het voortgezet onderwijs bleken een voorkeur te hebben voor het eerste perspectief terwijl docenten uit het wetenschappelijk onderwijs een voorkeur hadden voor het derde perspectief. Ook werd de relatie tussen vakgebied en de perspectieven van docenten onderzocht. Hieruit bleek dat docenten uit de “zachte” disciplines meer belang hechtten aan het eerste en het derde perspectief dan hun collega’s uit de “harde” disciplines.
-
De invloed van het Programma Alternatieve Denkstrategieën op reactieve en proactieve agressie bij jongens in het primair onderwijs: effecten na één jaar
In dit onderzoek werd nagegaan of een methode ter bevordering van sociale en emotionele competentie, het Programma Alter - natieve Denkstrategiëen (PAD), van invloed is op reactieve en proactieve agressie bij jongens in het speciaal onderwijs en in het regulier en speciaal basisonderwijs. Leerlingen in de experimentele groep doorliepen gedurende een periode van twee jaar een gericht en methodisch aanbod van lessen uit het PAD-leerplan. Na één jaar waren er positieve effecten van PAD op totale agressie en op de reactieve agressie in het bijzonder. Voor proactieve agressie werd geen effect van PAD gevonden. De mate van tevredenheid van de leerkracht over de aanpak van PAD bleek samen te hangen met de mate van vermindering van reactieve agressie. De mate waarin leerkrachten de aanwijzingen vanuit PAD betreffende het dagelijks gebruik van materialen uitvoerden, bleek vooral van invloed op de reactieve agressie bij leerlingen.