Vol 92 Nr 5 (2015)

Gepubliceerd: 2015-01-01

Artikel

  • De invloed van persoonlijkheid en motivatie op de ontwikkeling van leerstrategieën.

    L. Catrysse, L. Coertjens, V. Donche, T. Daal van , P. Petegem

    Eerder onderzoek toonde aan dat persoonlijkheid en motivatie een belangrijke invloed hebben op de leerstrategieën die studenten gebruiken tijdens het hoger onderwijs. In een belangrijk transitiemoment in de schoolloopbaan zoals de overgang van secundair naar hoger onderwijs, blijken leerstrategieën aan verandering onderhevig. Deze longitudinale studie onderzoekt de invloed van persoonlijkheid en motivatie op de ontwikkeling van leerstrategieën tijdens deze overgang in Vlaanderen. 630 studenten werden vanaf het laatste jaar secundair onderwijs tot het begin van het tweede jaar hoger onderwijs vijfmaal bevraagd aan de hand van de LEMO-vragenlijst. Latente groeimodellen werden gebruikt om de evolutie in leerstrategieën te schatten en hiermee werd de verklaringsbasis voor de ontwikkeling van leerstrategieën nader onderzocht. Resultaten tonen aan dat studenten in de overgang van secundair naar hoger onderwijs meer diepteverwerking en zelfregulatie toepassen, in hogere mate analyseren, alsook meer stuurloos leergedrag vertonen. Daarnaast blijft memoriseren constant. Vervolgens blijken zowel persoonlijkheidskenmerken als motivatiekenmerken individuele verschillen in de ontwikkeling van leerstrategieën te verklaren.

  • Docenttraining Interactieve Instructie. Verandering van het lesgeven en de zelfstandige taakuitvoering van moeilijk lerenden.

    H. Blik, H.M. Naayer, S. Leeuwen van , R. Hoekstra

    In het onderwijs aan moeilijk lerende leerlingen bestaat de instructie vaak uit “voordoen en na laten doen”. Na dergelijke instructie zullen moeilijk lerenden de taken vaak niet goed begrijpen, waardoor ze bij de uitvoering afhankelijk blijven van hun docent. We verwachten dat wanneer docenten een meer interactieve instructievorm hanteren dit zal bijdragen aan een beter taakbegrip en grotere zelfstandigheid in taakuitvoering. In dit onderzoek werden de effecten van interactieve instructie bestudeerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder docenten in het praktijkonderwijs voor moeilijk lerende leerlingen van 12 tot 18 jaar. Er zijn twee groepen docenten getraind en gecoacht. Eén groep (8 docenten), die hun onderwijs in de klas richten op individuele leerlingen, is getraind in het toepassen van interactief individueel onderwijs. Een tweede groep (5 docenten), die gewend is groepsgewijs onderwijs te geven, is getraind in interactief groepsonderwijs. De training was gebaseerd op het trainingsmodel van Joyce en Showers (2002) en de principes voor coaching van Cornett en Knight (2008). Onderzocht is of systematische training in interactieve instructievaardigheden leidt tot duurzame verandering van onderwijsgedrag, en of er daarbij tegelijkertijd bij moeilijk lerenden verbetering optreedt in de zelfstandige taakuitvoering. Zowel voor de duurzame verandering van het onderwijsgedrag als voor de zelfstandige taakuitvoering van leerlingen zijn positieve effecten geconstateerd.

  • Motivatie om leraar te worden: Validering van het FIT-Choice instrument voor de Nederlandse context

    M. Fokkens-Bruinsma, E.T. Canrinus, H. Korpershoek, S. Doolaard

    Dit onderzoek gaat in op de externe validiteit van de Factors Influencing Teaching (FIT-) Choice Scale, een in Australië ontwikkelde vragenlijst om de motivatie om leraar te worden in kaart te brengen. Deze vragenlijst, gebaseerd op de FIT-Choice theorie van Watt en Richardson, bestaat uit items die zowel de motivatie om leraar te worden, als de concepties over onderwijs meten. Het doel van dit onderzoek was om de factorstructuur van het instrument in de Nederlandse context te bestuderen. Verder richt het onderzoek zich op de motivatie en concepties van aanstaande en ervaren leraren. We hebben data verzameld bij 3 groepen aanstaande en ervaren leraren uit het primair en secundair onderwijs (Ntotaal= 476). De oorspronkelijke motivatie factorstructuur kon deels gereproduceerd worden. De factorstructuur voor de concepties over onderwijs werd grotendeels gereproduceerd. Uit ons onderzoek blijkt dat met een aantal aanpassingen het FIT-choice instrument gebruikt kan worden voor het in kaart brengen van de motieven en concepties van (aanstaande) leraren. Twee motieven bleken belangrijke motieven om te kiezen voor het beroep: het werken met kinderen/adolescenten en de intrinsieke waarde van het lesgeven. Daarnaast bleken de ideeën over de hoge eisen van het beroep belangrijk voor de keuze voor het lerarenberoep.

  • Tussen meervoudige vuren: de implementatie van eentalig taalbeleid in een context van taaldiversiteit

    J. Jaspers

    Vlaamse leerkrachten laten vaak weinig tolerante attitudes optekenen over de thuistaal van hun leerlingen. Ze echoën daarmee het officiële taalbeleid, dat een maximale inzet op het Standaard-nederlands vooropstelt opdat leerlingen gelijke kansen hebben. Hoewel dit de indruk geeft dat leerkrachten trouwe soldaten van het systeem zijn, rapporteer ik hieronder over etnografisch onderzoek waaruit blijkt dat leerkrachten niet allemaal over dezelfde ideologische kam te scheren zijn. De data tonen bovendien dat de implementatie van het taalbeleid beïnvloed wordt door pedagogische en interactionele besognes die in sommige gevallen meer ruimte voor thuistaal creëren dan gerapporteerde attitudes laten vermoeden. Op basis hiervan zal ik betogen dat taalattitudes geen vanzelfsprekend doorgeefluik voor de observeerbare praktijk zijn, dat de onderwijspraktijk door verschillende, soms tegenstrijdige, processen tegelijk wordt beïnvloed, en dat leerkrachten als gevolg daarvan meervoudige, gelaagde en ad hoc oplossingen moeten ontwikkelen.