Vol 87 Nr 2 (2010)
Artikel
-
Effecten van het leren schematiseren van jonge leerlingen op hun latere prestaties in het reken-wiskundeonderwijs
Dit artikel betreft een anderhalf jaar durend experimenteel onderzoek naar het leren schematiseren van jonge kinderen en de effecten hiervan op hun latere leerresultaten in het reken-wiskundeonderwijs. Leerlingen in de experimentele groep participeerden in een programma waarin het schematiseren expliciet werd onderwezen en begeleid. In de controlegroep werd geen specifieke aandacht besteed aan het schematiseren. De vraagstelling was: Wat zijn de effecten van een experimentele interventie gericht op het leren schematiseren van jonge kinderen (groep 2 basisschool) op hun latere leerresultaten bij rekenwiskunde (groep 3)? Er werden vijf toetsen afgenomen om de wiskundige ontwikkeling in kaart te brengen. Na de interventieperiode werd aan de hand van een speciaal ontwikkelde toets vastgesteld of het mogelijk is om leerlingen op deze jonge leeftijd te leren schematiseren. Vervolgens is een analyse uitgevoerd naar de effecten van het programma op de latere wiskundige prestaties van de leerlingen zoals gemeten met Cito-toetsen. Het onderzoek toont aan dat jonge kinderen kunnen leren schematiseren en dat het experimentele programma een significant positief effect heeft op hun prestaties bij rekenwiskunde. Ruim een jaar na de interventie werd een retentietoets afgenomen. Hieruit bleek echter dat op dat moment geen verschil meer kon worden aangetoond tussen de experimentele en controle leerlingen. In de discussie wordt ingegaan op deze uitkomsten en worden suggesties gedaan voor vervolgonderzoek.
-
Het effect van de Fonologische en Leerpsychologische methode bij leerlingen met dyslexie
In deze studie is het effect van de Fonologische en Leerpsychologische methode (FenLmethode®) onderzocht bij 392 leerlingen met dyslexie. Er deden 144 leerlingen in de onderbouw (gemiddelde leeftijd 8 jaar), 190 leerlingen in de middenbouw (gemiddelde leeftijd 9,6 jaar) en 58 leerlingen in de bovenbouw (gemiddelde leeftijd 11,1 jaar) van de basisschool mee aan het onderzoek. De effecten van de behandeling zijn onderzocht voor lezen (DMT, EMT, Klepel, AVI-toets) en spellen (PI-dictee). De leerlingen lieten na gemiddeld 8 en 16 individuele behandelingen een significante verbetering zien van hun lees- en spellingprestaties, waarbij de effecten voor het lezen van teksten groter waren dan voor het lezen van losse woorden. Effecten voor het spellen waren beduidend groter dan effecten voor het lezen.
-
De invloed van leraar- en schoolkenmerken op het gebruik van ict in het lager onderwijs
In het domein van educatief ict-gebruik zoeken zowel praktijkmensen als onderzoekers naar factoren die ict-integratie in het onderwijs bevorderen of belemmeren. Dit onderzoek richt zich op een verkenning van de samenhang tussen leraarkenmerken, schoolkenmerken en ict-gebruik in de klaspraktijk. Het onderzoek steunt op een vragenlijstonderzoek bij 527 leraren en 53 ict-coördinatoren uit dezelfde Vlaamse basisscholen. De resultaten van de meerniveau-analyses wijzen op het belang om naast leraarkenmerken ook schoolkenmerken op te nemen in een model voor de verklaring van ict-gebruik in het lager onderwijs. Verder tonen de resultaten aan dat verschillende types ict-gebruik worden beïnvloed door specifieke leraar- en schoolkenmerken. Zo heeft het ict-schoolbeleid geen invloed op het gebruik van ict als informatietool, maar wel op het gebruik van de ict als oefentool. Dit bevestigt de noodzaak om educatief ict-gebruik op een multidimensionele manier te bestuderen.
-
De vernieuwing van het statistiekonderwijs in Vlaanderen: percepties en betekenisgeving in het implementatieproces
Het implementeren van onderwijsvernieuwingen is complexer dan het louter uitvoeren van pedagogisch-didactische innovatievoorschriften. Innovatie-onderzoek leert dat gecontextualiseerde processen van interpretatie de feitelijke implementatie bepalen. Dit artikel rapporteert over een onderzoek naar de perceptie door leerkrachten van de vernieuwingen in het statistiekonderwijs in Vlaanderen. Via semigestructureerde interviews van 20 wiskundeleerkrachten werden gegevens verzameld over hun perceptie en evaluatie van het vernieuwde statistiekcurriculum. Een kwalitatief-interpretatieve analyse maakt duidelijk dat de congruentie tussen de innovatie-inhoud en de opvattingen van de leerkrachten over hun onderwijstaken een cruciale rol speelt in de feitelijke implementatie van deze onderwijsvernieuwing. Zowel de leerkrachten die de vernieuwing verwelkomen als degenen die er kritisch tegenover staan, beroepen zich daarenboven op het belang van de leerlingen om hun stellingname te legitimeren. Verder blijkt ook de omvang van het aantal uren wiskunde in het curriculum een mediërende rol te spelen in de implementatie.