Vol 85 Nr 5 (2008)

Gepubliceerd: 2008-01-01

Artikel

  • Boekbespreking: Leren onderwijzen in een werkplekleeromgeving

    D. Berg den van

  • Discussie: Maatschappijleer als burgerschapsvorming

    J. Vis, R. Veldhuis

    Door Maria van der Hoeven, de vorige minister van Onderwijs, is maatschappijleer gezien als “het meest geschikt om gestalte te geven aan de zeer noodzakelijke burgerschapsvorming”. Als voorbereiding op de rol van burger in de maatschappij is er een taak weggelegd voor maatschappijleer in het bijbrengen van kennis van en inzicht in de werking van de rechtsstaat en de parlementaire democratie. Door adviesraden als de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Onderwijsraad en Raad voor Cultuur en verschillende onderwijskundigen wordt de lat hoger gelegd bij de taakstelling van burgerschapsvorming. In publicaties van deze raden en onderwijskundigen wordt het als wenselijk gezien dat de burgers van morgen een zeker politiek en maatschappelijk besef hebben en daaraan in hun gedrag uitdrukking geven (actief burgerschap). De samenleving is gediend met burgers die burgerschapsdeugden delen en deel uitmaken van een netwerk van wederkerige sociale relaties. Burgerschapsvorming beoogt niet alleen actieve deelname in maatschappelijke en politieke organisaties, maar ook versterking van sociale cohesie. In deze discussiebijdrage wordt betoogd dat regering en parlement zich, anders dan de genoemde adviesraden en enkele onderwijskundigen, bij maatschappijleer als burgerschapsvorming in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs terecht beperken tot kennis van en inzicht in de werking van de rechtsstaat en van de parlementaire democratie.

  • Discussie: Maatschappijleer als burgerschapsvorming. Het accent van de wetgever op kennis van rechtsstaat en parlementaire democratie

    J. Vis, R. Veldhuis

  • Boekbespreking: Workplace learning in senior secondary vocational education

    H. Schaap, E. Bruijn de

  • Conferentieverslag ‘Kroniek: impressie van de AERA 2008, 24 tot 28 maart 2008, New York’

    W. Admiraal

  • Boekbespreking: Leren onderwijzen in een werkplekleeromgeving. Een meervoudige casestudy naar kenmerken van krachtige werkplekleeromgevingen voor aanstaande leraren basisonderwijs

    D. Berg den van

  • Cyberpesten: wat doen kinderen en wat weten ouders?

    F. Dehue, C. Bolman, T. Völlink

    In dit artikel wordt onderzoek beschreven naar de frequentie en uitingsvormen van cyberpesten van en door jongeren en de inschatting daarvan door ouders. Er zijn vragenlijsten afgenomen bij ruim 1.200 leerlingen van groep 8 in het reguliere basisonderwijs en van klas 1 in het voortgezet onderwijs, en bij hun ouders. De onderzoeksresultaten laten zien dat ongeveer 16% van de jongeren pest en een kleine 25% van de jongeren gepest wordt op internet. Een derde deel van de slachtoffers weet niet wie de dader is. De uitingsvormen die het meest voorkomen zijn schelden en roddelen. Jongeren reageren hier veelal op door te doen alsof het ze niet raakt, door het zich niet aan te trekken of door terug te pesten. De meeste ouders maken afspraken met hun kind over het internetgebruik, maar onderschatten het pesten en het gepest worden van hun kinderen.

  • Ontwikkeling van een zelfbeoordelingsinstrument voor docentcompetenties

    E.C. Roelofs, M. Nijveldt, D. Beijaard

    Deze studie richt zich op de ontwikkeling en beproeving van een webgebaseerd instrument voor zelfbeoordeling ten behoeve van docenten in het hoger beroepsonderwijs. Het instrument is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over relevante taakgebieden van deze doelgroep. Het instrument bestrijkt 18 onderscheiden competenties, verdeeld over vijf taakgebieden. Gebruikers krijgen na afname ervan feedback in de vorm van scoreprofielen en een schriftelijke toelichting. In twee rondes zijn proefversies van het instrument voorgelegd aan hbo-docenten, deels schriftelijk en deels webgebaseerd. De resultaten van een pilot en een vervolgstudie wijzen uit dat de competenties betrouwbaar kunnen worden vastgesteld met behulp van 18 schalen (totaal 182 items). Voor twee competenties zijn bovendien meer verfijnde schalen ontwikkeld, die differentiëren naar deelaspecten van deze competenties en naar specifieke beroepssituaties. Ook deze schalen blijken betrouwbaar. De psychometrische meerwaarde van deze differentiatie verschilt voor de twee competenties. Geïnterviewde hbo-docenten laten weten dat het achterliggende domein van het instrument herkenbaar en representatief is. Bovendien zet de zelfbeoordeling hen aan tot reflectie op het eigen beroep, waarmee een proces van verdere professionalisering wordt ondersteund.

  • Gesprekken over woordbetekenissen tijdens rekenlessen in multi-etnische klassen

    E. Elbers, M. Haan de

    In dit artikel onderzoeken we gesprekken over woordbetekenissen tijdens rekenlessen in groepen 7 en 8 van een multi-etnische basisschool. De analyse is gebaseerd op 40 uur geluids- en video-opnamen van klasinteracties (zowel klassikale instructie als samenwerking van leerlingen in kleine groepjes). Wij observeerden 19 gesprekken over woordbetekenissen tijdens het werk van de groepjes. In groepjes met allochtone en autochtone leerlingen werden de autochtone leerlingen aangesproken als taalexperts. Gesprekken over woordbetekenissen kwamen ook voor in groepjes met uitsluitend allochtone leerlingen. De gesprekken over woordbetekenissen lieten vijf patronen zien: 1) het negeren van een vraag over de betekenis van een woord, 2) het verduidelijken van de betekenis met een gebaar of door aanwijzen, 3) het uitleggen van de betekenis, 4) non-verbale betekenisonderhandeling en 5) discussiëren. In vrijwel geen van de gevallen werd de betekenis van een woord verhelderd door te verwijzen naar de alledaagse betekenis van het woord. In plaats daarvan richtten de gesprekken zich direct op de gespecialiseerde betekenis die het woord had in de context van de rekenles.