Vol 95 Nr 4 (2018)

Gepubliceerd: 2018-01-01

Artikel

  • Schoolcompositie en kenmerken van docentkwaliteit op VO-scholen: resultaten van secundaire analyses op de Nederlandse data in het OESO-TALIS 2013 bestand

    S. Severiens, E. Boom Van der , K. Ouwehand, M. Meeuwisse

    In deze studie worden de resultaten gerapporteerd van secundaire analyses op de Nederlandse data van het Teaching and Learning International Survey (TALIS) onderzoek van de OESO. Onderzocht werd of schoolcompositie en ervaring een verband hadden met werktevredenheid, kenmerken van docentkwaliteit en behoefte aan professionalisering op het gebied van diversiteit. Uit de resultaten blijkt dat docenten op scholen met relatief veel leerlingen met een lage sociaaleconomische achtergrond, minder tevreden zijn met hun beroep, minder vertrouwen in eigen kunnen hebben en minder goede relaties met hun leerlingen hebben. Op scholen met veel leerlingen die een andere thuistaal spreken zien we geen verbanden met tevredenheid en de onderzochte kenmerken. Daarnaast zien we dat op scholen met een beperkt percentage leerlingen met een lage sociaaleconomische achtergrond of een andere thuistaal, de behoefte aan professionalisering op het gebied van diversiteit groter is, vooral bij beginnende docenten. De recente inzichten van de Inspectie (2017) en het SCP (2016) aangaande de hardnekkige onderwijsongelijkheid, onderstrepen het belang van nader onderzoek en, wellicht vooral, het sturen op meer professionalisering op het gebied van diversiteit.

  • De kijk van directeurs en leraren op prestatieverwachtingen voor leraren. Een verkennend onderzoek in het secundair onderwijs in Vlaanderen.

    L. Ouwenhand Van den , J. Hoof van, P. Bossche Van den

    Onderzoek wijst uit dat het definieren en communiceren van prestatieverwachtingen voor leraren belangrijke voordelen kan hebben voor scholen. Leraarprestatie is echter een complex construct, en scholen in Vlaanderen hebben autonomie in het definiëren van prestatieverwachtingen, maar onderzoek naar de verwachtingen die directeurs en leraren zelf hebben t.a.v. leraren is schaars. Daarom focust deze studie zich op wat directeurs en leraren van leraren verwachten, en of verwachtingen van directeurs duidelijk zijn voor leraren. De bevindingen van onze interviews met directeurs en leraren in 4 secundaire scholen in Vlaanderen tonen aan dat verwachtingen contextgebonden en subjectief zijn. Verwachtingen op gebied van lesgeven zijn gelijkaardig voor alle leraren in scholen, terwijl verwachtingen van schoolteamprestaties meer leraarafhankelijk, discutabel en divers zijn. Bovendien zijn de verwachtingen van directeurs niet altijd duidelijk voor leraren, in het bijzonder voor meer ervaren leraren. Tenslotte tonen onze resultaten aan dat leraren zelf ook de verwachtingen in hun school beïnvloeden. We bediscussiëren belangrijke aspecten van het managen van prestatieverwachtingen, alsook implicaties voor onderwijsbeleid, -onderzoek en -praktijk.

  • Conferentieverslag Onderwijs Research Dagen 2018

    M.J.H. Wellner, M.M.E. Meegen van , D.M.E Griffioen, S.R. Daas, M. Kok, J. Nak, C.P. Kesselaar, L.C.J. Berlo van , A. Groen

    De 48e editie van de Onderwijs Research Dagen (ORD) werd onder toezicht van de Vereniging voor Onderwijs Research (VOR) afgelopen jaar op 13, 14 en 15 juni in Nijmegen georganiseerd door de Radboud Universiteit, het Radboud UMC en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Gedurende drie dagen kwamen onderzoekers, onderwijskundigen en beleidsmakers bijeen om kennis uit te wisselen met als centraal thema Ondersteboven van onderwijs. Er waren ruim 240 bijdragen, variërend van paperpresentaties en symposia tot rondetafelgesprekken en posterpresentaties. Nieuw dit jaar was een veertiental presentaties in alternatieve vorm waarin vooral een (inter-) actieve inbreng van bezoekers werd gevraagd. De congresbijdragen waren ingedeeld in 10 thema’s, parallel aan de VOR-divisies, zoals Beleid en Organisatie, Hoger Onderwijs en Leren en Instructie. Op de website van de VOR (https://www.vorsite.nl/nl/content/divisies) staat een overzicht van alle divisies.

  • Stimuleren van toptalent in het onderwijs: effect op negatieve gevoelens bij uitblinken

    A.A.M. Zuiker, M.Ph. Born, J.W. Strien van

    Het stimuleren van toptalent staat hoog op de beleidsagenda van het onderwijs. Doel is om de egalitaire cultuur te veranderen in een ambitieuze, prestatiegerichte leercultuur waarin uitblinken wordt gewaardeerd en beloond. Uitblinken is een positieve ervaring die persoonlijke voldoening kan geven. Het kan echter ook leiden tot interpersoonlijke spanningen en negatieve gevoelens als uitblinkers sensitief zijn voor het feit dat hun superieure status een bedreiging vormt voor de overtroffen persoon. Exline en Lobel (1999) introduceerden voor de negatieve gevoelens bij uitblinken de term Sensitivity about being the Target of a Threatening Upward Comparison (STTUC). Middels een systematische review van 39 studies (37 steekproeven) werd evidentie gevonden voor het STTUC-raamwerk en kwam naar voren dat zowel kenmerken van de uitblinker, van de situatie als van de relatie met de overtroffen persoon van invloed zijn op het ervaren van STTUC. Interessant in het kader van het toptalentenbeleid is de bevinding dat in individualistische, prestatiegerichte culturen waarin ongelijkheid wordt geaccepteerd meer STTUC wordt ervaren. Verder blijkt sociotropie een consistente en robuuste voorspeller van STTUC, terwijl narcisme positieve emoties bij uitblinken voorspelt. Deze bevindingen suggereren dat de beoogde mentaliteitsverandering in het onderwijs STTUC kan versterken en narcistische uitblinkers bevoorrecht boven socioptropische uitblinkers. Implicaties voor het beleid en de praktijk worden besproken.