Vol 98 Nr 2 (2021)

Gepubliceerd: 2021-01-01

Artikel

  • De uitval van beginnende leraren in het primair onderwijs

    M. Dekker, L. Gaikhorst, B. Schreurs

    In Nederland is sprake van een
    steeds toenemend lerarentekort in het
    basisonderwijs. Deze tekorten worden deels
    toegeschreven aan het vroegtijdig verlaten
    van beginnende leraren. Op basis van 37
    studies biedt deze literatuurreview een inzicht
    in factoren die specifiek een rol spelen bij de
    uitval van beginnende leraren in het primair
    onderwijs. Daarbij zijn factoren op leraar-,
    schoolorganisatie- en interventieniveau
    onderscheiden. De resultaten laten zien dat
    zowel factoren op leraarniveau (waaronder
    self-efficacy en een gevoel van betrokkenheid),
    als op het niveau van de schoolorganisatie
    (waaronder een ondersteuningscultuur in
    de school) van invloed zijn op de uitval
    van starters. Daarnaast spelen specifieke
    interventies een rol, zoals ondersteuning door
    een mentor. Deze studie laat tegelijkertijd zien
    dat de uitval wordt veroorzaakt door een
    complex samenspel van deze factoren, en
    inzet op een enkele afzonderlijke factor niet
    voldoende lijkt om de uitval te voorkomen. Op
    basis van de bevindingen worden concrete
    aanbevelingen voor de praktijk en suggesties
    voor vervolgonderzoek geformuleerd.
    Schoolleiders, leraren, beleidsmakers en
    onderzoekers kunnen de uitkomsten van
    deze studie gebruiken om bij te dragen aan
    de vermindering van de uitval van starters,
    wat met het oog op de lerarentekorten in deze
    sector van groot belang is.

  • Samenhang tussen kwaliteit en impact van praktijkgericht onderwijsonderzoek: Een empirische verkenning

    S.E.A Groothuijsen, L.H. Bronkhorst, G.T. Prins, W. Kuiper

    De samenhang tussen kwaliteit en impact
    krijgt weinig aandacht in discussies over
    praktijkgericht onderwijsonderzoek. Een
    nadere verkenning van die samenhang is
    wenselijk, aangezien het denkbaar is dat
    samenhang in welke hoedanigheid dan ook
    gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld de
    uitvoering, waardering en financiering van
    praktijkgericht onderwijsonderzoek. Het
    doel van dit onderzoek is de samenhang
    tussen kwaliteit en impact van praktijkgericht
    onderwijsonderzoek te verkennen en beter
    te begrijpen. Gevoed door mogelijke vormen
    van samenhang tussen kwaliteit en impact,
    zoals beschreven in de literatuur, zijn zes
    experts op het gebied van praktijkgericht
    onderwijsonderzoek gevraagd naar hun
    kijk op mogelijke vormen van samenhang.
    De resultaten laten zien dat perspectieven
    op samenhang tussen kwaliteit en impact
    verschillen op drie aspecten: (1) de invullingen
    van kwaliteit en impact, (2) de volgordelijkheid
    van kwaliteit en impact en (3) de werkelijkheid,
    aannemelijkheid en wenselijkheid van vormen
    van samenhang tussen kwaliteit en impact.
    Dit onderzoek biedt empirische input voor
    meer genuanceerde en scherpere discussies
    over de samenhang tussen kwaliteit en impact
    van praktijkgericht onderwijsonderzoek en de
    mogelijke consequenties ervan.

  • Lerend en onderzoekend samenwerken in professionele werkplaatsen: de ontwikkeling van een theoretisch model

    P. Swennenhuis, S. Moresi, M. Duinkerks, J. Bovens, D. Quadakkers, M. Snoeren

    Dit artikel beschrijft een onderzoek naar
    werkzame elementen in de samenwerking
    binnen innovatieve leeromgevingen, professionele werkplaatsen (PW) genoemd. In PW
    werken onderwijs en beroepspraktijk samen
    aan complexe vraagstukken waarbij de ontwikkeling van betrokkenen en de innovatie
    van de beroepspraktijk centraal staan. Op
    basis van literatuuronderzoek, verkennende
    interviews met 11 sleutelfiguren en een meervoudige casestudie waarin vanuit 4 cases 75
    betrokkenen participeerden, is het model Lerend en Onderzoekend Samenwerken in PW
    ontwikkeld. Het model omvat zes elementen
    en laat zien dat het lerend en onderzoekend
    samenwerken centraal staat in een PW en zich
    ontwikkelt binnen een grensoverstijgende en
    ontwikkelingsgerichte cultuur. Betrokkenen in
    een PW leren gezamenlijk doordat ze samenwerken in de dienstverlening en hierbij waarde
    hechten aan het delen van verschillende perspectieven. Door facilitering van mensen en
    middelen en door de samenwerking vorm te
    geven vanuit een gezamenlijke visie, kunnen
    betrokkenen elkaar leren kennen en afstemmen op welke manier zij samen kunnen bijdragen aan de innovatie van de beroepspraktijk. Hiervoor zijn zowel het opbouwen van
    relaties als het expliciteren en verdelen van
    taken en verantwoordelijkheden essentieel.
    Het model, dat een systemisch perspectief
    kent, biedt uitgangspunten en handvatten om
    de samenwerking binnen een PW te evalueren
    en te versterken.

  • Naar een beter begrip van de intra-klasse correlatie: Een reactie op de discussiebijdrage “Schoolverschillen en schooleffecten in het voorgezet onderwijs”

    A.C. Timmermans

    In de discussiebijdrage “Schoolverschillen
    en schooleffecten in het voorgezet
    onderwijs” (Lek, Feskens, & Scheerens,
    2020) wordt gewezen op enkele voorbeelden
    waarin onderzoekers of beleidsmakers
    blijk hebben gegeven nog onvoldoende
    grip te hebben op gepresenteerde intraklasse correlaties. In deze reactie beschrijf
    ik de noodzaak om een veel explicieter
    onderscheid te maken tussen de intra-klasse
    correlatie als een generieke maat voor de
    mate van afhankelijkheid van hiërarchisch
    gestructureerde data en het onderliggende
    statistische meerniveau-model en benoem
    ik een aantal misinterpretaties van de intraklasse correlatie uit de discussiebijdrage. Ik
    ga in op drie thema’s, namelijk: 1) De intraklasse correlatie is een generieke parameter
    die gebruikt kan worden voor het beschrijven
    van variantiecomponenten uit verschillende
    statistische meerniveau-modellen voor
    hiërarchisch gestructureerde data. 2) Een
    intra-klasse correlatie als verhouding tussen
    variantiecomponenten kan niet rekening
    houden met eventuele correctiefactoren zoals
    initiële prestaties, andere kenmerken van
    leerlingen of schoolsystemen; dat kan alleen
    in het onderliggende meerniveau-model. 3) De
    intra-klasse correlatie is geen geschikte maat
    om de grootte van verschillen in prestaties
    tussen scholen tussen verschillende landen
    te vergelijken. Ten slotte roep ik auteurs van
    onderzoeksverslagen op om veel explicieter te
    zijn dan tot nu toe gebruikelijk in de specificatie
    van het onderliggende meerniveau-model.
    [...]