Vol 68 Nr 1 (1991)

Gepubliceerd: 1991-01-01

Artikel

  • Vaststelling van relaties met leeftijdgenoten

    A.H.N. GILLESSEN, P.W.M. TENBRINK

    De methoden die zijn ontwikkeld om relatiesvan kinderen en jeugdigen met leeftijdgenotenvast te stellen staan bekend onder de naamsociometrie. Sociometrie bepaalt de interpersoonlijke attractie tussen de leden van eengroep, waaruit de positie van elk individu in degroep wordt afgeleid. Vijf componenten wordenonderscheiden aan een sociometrische test: (1)een procedure voor de verzameling van beoordelingsdata, (2) een of meer beoordelingscriteria,

  • Itembias in de eindtoets basisonderwijs

    M. COENEN, T. VALLEN

    In aansluiting bij de door De Jong en Vallen(1989) gerapporteerde inzichten over mogelijkelinguïstische en culturele bronnen van itembiasvoor allochtone leerlingen in de EindtoetsBasisonderwijs, wordt in deze bijdragevoornamelijk verslag gedaan van eenvervolgexperiment. Daarin is op bescheidenschaal nagegaan of bij gelijkblijvendemoeilijkheidsgraad talige manipulatie vaneen aantal in de Eindtoets 1987 voor allochtonenin statistisch opzicht sterk gebiaste itemsandere resultaten oplevert dan de resultaten opdie items in hun oorspronkelijke vorm. Voordeelname aan het experiment werden, in overlegmet de leerkrachten van de 44 deelnemers,paren 'vergelijkbare' autochtone en allochtone(voornamelijk Turkse en Marokkaanse)leerlingen uit groep 8 van de basisschoolgeselecteerd. Beide leerlingen van de op dezewijze geselecteerde paren moesten ofwel deoorspronkelijke ofwel de gemanipuleerde versievan de items maken en zo uitgebreid mogelijkmondeling toelichten hoe ze de opgavenopgelost hadden. De gemanipuleerde itemswerden door de allochtonen beter gemaakt dande nietgemanipuleerde, terwijl er voor deautochtonen nauwelijks verschil tussen beideversies bestond. Ondanks een aantalinterpretatieproblemen kwamen uit hetexperiment vooral woordgebruik, implicietezins en tekstverbanden en itemcomplexiteit alsbelangrijkste biasbronnen voor allochtonennaar voren.

  • Positieve discriminatie bij de overgang basisonderwijs - voortgezetonderwijs?

    G. DRIESSEN

    Twee vormen van positieve discriminatie in het onderwijs komen aan de orde in dit artikel. De eerste betreft een discriminatie naar kenmerkenen achtergronden van de leerling en manifesteert zich in verschillen in onderwijsaanbod.Geconcludeerd wordt dat deze discriminatie inzekere zin misschien positief genoemd kan worden, maar uiteindelijk toch negatief uitpaktvoor de betrokken categorieën van leerlingen.De tweede vorm van positieve discriminatie uitzich in de advisering en doorstroming naar hetvoortgezet onderwijs. Het blijkt dat bepaaldecategorieën van leerlingen met gelijke toetsprestaties in het basisonderwijs doorstromennaar verschillende niveaus van voortgezetonderwijs. De gepresenteerde analyses duidener op dat deze vorm van positieve discriminatieWellicht het beste gezien kan worden als discriminatie naar etnische herkomst. Of deze discriminatie uiteindelijk positief dan wel negatief zaluitwerken, daarover zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar.

  • Bouwstenen voor eenopleidingsdidactiek. Theorie en onderzoek metbetrekking tot cognities van aanstaandeonderwijsgevenden.

    J. Lowyck

    Het proefschrift bevat zeven hoofdstukken,waarvan de eerste twee de achtergrond voor het verrichte empirische onderzoek aangeven waarover in de vier volgende hoofdstukken verslag wordtuitgebracht. De studie wordt afgerond met eendiscussie en nabeschouwing, waarin zowel deinterne waarde van het empirische onderzoek als derelevantie van de thematiek aan de orde wordengesteld.

  • Relaties met leeftijdgenoten in het onderwijs

    T.J. FERGUSON, c.F.M. LIESHOUT

    Het belang van relaties met leeftijdgenoten inhet onderwijs wordt ontleend aan de sociaalemotionele doelstelling van het onderwijs. Relatieproblemen met leeftijdgenoten wordenonderscheiden naar chronische belevings enchronische gedragsproblemen. Achtergrondenen correlaten van relaties met leeftijdgenotenworden besproken in het licht van de diagnostieken de begeleiding van relaties met leeftijdgenoten in het onderwijs.

  • Relaties met leeftijdgenoten over verloop van tijd

    H.W. IJZENDOORN , A.H.N. GILLESSEN

    Sociometrische statusgegevens werden verzameld voor 231 4 tot 6jarige jongens in tweeopeenvolgende leerjaren. Stabiel en nietstahielpopulaire en verworpen leerlingen werden verge/eken op maten voor sociaal gedrag en socialeaanpassing, vastgesteld in de klassesituatie en inexperimentele sociale situaties huiten de klas.Resultaten toonden aan dat de vier onderscheiden groepen een continuüm vormden metbetrekking lot sociale competentie, met stabielpopulaire en stabiel verworpen leerlingen alsuiterste groepen. Stabiel populaire leerlingenscoorden het hoogst op sociale acceptatie doorleeftijdgenoten en op samenwerken, leiderschapen competentie. Stabiel verworpen leerlingenscoorden het laagst op sociale acceptatie doorleeftijdgenoten, scoorden het hoogst op ruziemaken en verstoren en waren in extreme mateovergevoelig, onevenwichtig, oneerlijk enimpulsief. Stabiel verworpen leerlingen scoorden uiterst laag op sociale competentie en vormen een belangrijke risicogroep voor het ontwikkelen van problemen op lange termijn.Verantwoorde selectie van leerlingen voor klinische interventie vereist longitudinale meting vansociometrische status in opeenvolgendeleerjaren.